• darkblurbg

Ouderlijk gezag en het verhuizen met kinderen na scheiding

verhuizen met kinderen na scheiding
Gepubliceerd op: 13-03-2019

Bij gezamenlijk gezag wordt door de rechter andere criteria toegepast dan bij eenhoofdig gezag. In dit artikel behandel ik de in de jurisprudentie vastgelegde criteria.

 

Verhuizen met kinderen na scheiding

Na het uiteengaan van partners gaat ieder door met het eigen leven. U krijgt een nieuwe relatie of een nieuwe baan. Een reden om te willen verhuizen.
Hoe gaat dat dan als u samen met uw ex partner kinderen hebt?

U zegt tegen de andere ouder dat u het voornemen hebt om te gaan verhuizen met uw beider kind. Als de ander het hier niet mee eens is, wat dan?

Degene die graag wil verhuizen kan de rechter vragen vervangende toestemming te verlenen om te verhuizen. (en daarnaast toestemming voor inschrijving van het kind op een nieuwe school)

Als je degene bent die de verhuizing wil tegenhouden of terugdraaien kan je de rechter verzoeken de verhuizing tegen te houden (soms zelfs met het verzoek  om het hoofdverblijf van het kind te wijzigen)

Hoe de rechter oordeelt is afhankelijk van verschillende criteria.

Een groot onderscheid is :

-hebben jij en je ex-partner het gezamenlijk gezag of

-heeft slechts één van de ouders het ouderlijk gezag.

Dit is een belangrijk uitgangspunt voor de rechter om te weten, omdat hij dan naar verschillende  wetsartikelen en criteria kijkt en de uitkomst hierdoor verschillend is.

 

Ik heb op deze website onder de tab rechtsgebieden een toelichting gegeven op de begrippen: gezag, gezamenlijk gezag en eenhoofdig gezag;  en de gevolgen ervan.

 

Gezamenlijk gezag

 

Heb je het gezamenlijk gezag dan is  artikel 253a boek 1  van het Burgerlijk Wetboek (1:253a BW) van toepassing, hierin staat:

“De rechter neemt een zodanige beslissing als hem/haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. “

De eerste overweging is dus het belang van het kind. In eerdere uitspraken (jurisprudentie) heeft de rechter uitgemaakt dat er naar alle omstandigheden gekeken moet worden en dat die allemaal moeten meewegen, zoals:

⁃ de noodzaak om te verhuizen met kinderen na scheiding;

⁃ de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

⁃ de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

⁃ de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

⁃ de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

⁃ de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

⁃ de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;

⁃ de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;

⁃ de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.

Aan verhuizing naar het buitenland worden zwaardere eisen gesteld dan aan een verhuizing van een aantal kilometers verderop

Uitgangspunt is dat de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft een nieuw leven moet kunnen opbouwen en met een nieuwe partner elders een toekomst op te bouwen.

Van geval tot geval past de rechter deze uitgangspunten en criteria toe. De uitkomst is erg van het geval afhankelijk (casuïstisch)

 

Wat gebeurd er als je toch zonder toestemming gaat verhuizen met het kind?

Als de andere ouder een procedure start kan de uitkomst zijn dat de verhuizing teruggedraaid moet worden. Of in sommige gevallen dat de rechter het hoofdverblijf van het kind bij de andere ouder bepaald.

Mocht het zo zijn dat een ouder zonder toestemming met het kind naar het buitenland verhuisd is er sprake van kinderontvoering.

 

Eenhoofdig gezag

Hoe kijkt de rechter tegen de kwestie aan als er geen sprake is van gezamenlijk gezag maar van éénhoofdig gezag. Als de gezaghebbende ouder met het kind wil verhuizen. Het artkel 1:253aBW is dan niet van toepassing.

Een ouder met eenhoofdig gezag mag zelf bepalen waar het kind hoofdverblijf heeft. Als er een andere ouder is, die geen gezag heeft, en het niet met de verhuizing eens is kan deze in kort geding een verhuisverbod vragen

De basis van dit verzoek is artikel 1:247 lid 3 BW. De gezaghebbende ouder heeft de verplichting om de ontwikkeling van de band tussen kind en andere ouder te bevorderen. Een omgangsregeling kan bijvoorbeeld lastiger worden als er een grotere afstand komt.

Een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 februari 2019, gepubliceerd 5 maart 2019 bevestigd dat de gebruikelijke verhuiscriteria niet gelden voor een moeder die alleen het gezag heeft. De vader had in dit geval de rechter gevraagd om de verhuiscriteria toe te passen, de rechter is hierin dus niet meegegaan.

Evengoed mag een verhuizing met kind niet tot gevolg hebben dat de belangen van het kind ernstig in het gedrang komen of dat de ontwikkeling van de banden met de vader ernstig wordt geschaad.

De rechter constateert: “ dat moeder alleen het gezag uitoefent over het kind. In beginsel heeft zij dan ook de bevoegdheid het kind naar eigen inzicht te verzorgen en op te voeden; dit recht omvat mede het kiezen van de woonplaats van het kind. De moeder draagt daarbij de verantwoordelijkheid voor de geestelijke en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het kind, alsmede de bevordering van de persoonlijkheid van het kind. De bevoegdheden van de moeder worden begrensd, althans de moeder dient bij het gebruik van haar bevoegdheden zich rekenschap te geven van de verplichting de ontwikkeling van de banden met de vader met het kind te bevorderen. Verder is de moeder gehouden vóór het nemen van een belangrijke beslissing omtrent het kind de vader te raadplegen.”

 

 

Deze procedures komen vaak voor en ik heb hierin zowel als advocaat van de verzoeker als van de verweerder opgetreden. Dus heeft u hier vragen over? Neem gerust contact op.