• darkblurbg

familierecht advocaat Groningen-samenwoning beeindigd

familierecht advocaat Groningen
Gepubliceerd op: 25-07-2019

Familierecht advocaat Groningen: relatievermogensrecht. Samenwoning zonder huwelijk of samenlevingscontract. Hoe zit het met de vergoedingsrechten voor de met de woning verbonden kosten tijdens en na de relatie als de een zegt meer betaald te hebben dan de ander?

Familierecht advocaat Groningen, voor welke vragen of problemen kunt u bij mij terecht?

Hierna geef ik een voorbeeld over samenwoners zonder samenlevingscontract.

 

Wilma en Max hebben tijdens hun samenwoning 2 kinderen gekregen. Zij hebben samen een woning gekocht en hebben daar gewoond totdat hun relatie in juli 2017 is beëindigd.

Ze komen niet uit de verdeling van wat ze samen hebben gekocht (samen eigenaar zijn) en hoe het moet met de kosten van de woning. Sinds ze uit elkaar zijn betaalt Wilma de vaste lasten van de woning en weigert Max hierin mee te betalen. Wilma schakelt familierecht advocaat Groningen in, omdat Max niet meewerkt aan een oplossing, start zij een procedure in oktober 2018. Dit is een dagvaardingsprocedure omdat het gaat over verdeling en een geldvordering.

 

Wilma vordert :

-dat Max met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2017, de hypothecaire lasten evenals alle overige lasten verbonden aan de gemeenschappelijke woning voor zijn rekening neemt, dit houdt in dat Max een bedrag van € 17.817,84 aan haar moet betalen;

-dat Max vanaf de datum van de start van de procedure, de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht de woonlasten ter hoogte van € 895,18 per maand moet betalen tot de datum van de levering van de woning aan een derde.

-dat Max een bedrag ad € 500,00 aan haar moet betalen in verband met  het negatieve saldo op de gezamenlijke rekening (Wilma heeft het negatieve saldo weggewerkt)

-dat Max een bedrag ad € 400,00 aan haar moet betalen voor spullen  die hij heeft meegenomen, deze spullen waren gemeenschappelijk en moesten verdeeld worden.

 

Verweer

Max voert verweer, hij zegt dat hij vanaf de aankoop van de woning begin 2011 tot januari 2017 de lasten heeft betaald, zo’n € 65.000,--. Hij vindt dat ieder de helft moet betalen van de lasten daarom heeft hij na januari 2017 niet meer betaald. En hij zegt dat Wilma zonder overleg gezamenlijke spullen uit de woning heeft gehaald met een waarde van € 5000,--.

 

Wilma zegt dat het niet waar is wat Max zegt.

De rechter zegt dat het in ieder geval vaststaat dat Wilma sedert begin 2017 alle kosten van de woning betaalt.

Deze kosten omvatten betalingen betreffende de verzekeringen, de (spaar)hypotheek, de starterslening, een deel van de gemeentelijke belasting, de nutsvoorzieningen en tv- en internetabonnementen. 

 

redelijkheid en billijkheid

Wilma vordert de volledige maandelijkse kosten van de woning ( en niet de helft, ondanks dat ze mede-eigenaar zijn ) op grond van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:2 BW. Volgens Wilma is dit redelijk, omdat Max niet meewerkte aan de verkoop van de woning en niet reageerde op verzoeken financieel bij te dragen.

Max zegt dat hij niet aan de kosten na het einde van de relatie hoeft mee te betalen, omdat Wilma wist dat hij deze kosten niet kon betalen en omdat zij niet meewerkte aan oplossingen voor het betalen van de vaste lasten, zoals verhuur van de woning.

 

Eenvoudige gemeenschap

De woning die ze samen hebben is een “eenvoudige gemeenschap” in de zin van artikel 3:166 BW. Ze zijn ieder voor de helft deelgenoot.

 

evenredigheid

Voor een eenvoudige gemeenschap regelt artikel 3:172 BW dat deelgenoten in beginsel naar evenredigheid van hun aandeel in het gemeenschappelijk goed moeten bijdragen in de uitgaven. Dus ieder de helft.

 

Hoofdelijk aansprakelijk

Artikel 3:172 BW heeft geen betrekking op hypothecaire leningen en bijbehorende maandelijkse hypothecaire lasten. Voor die kosten is ieder hoofdelijk aansprakelijk op grond van de hypotheekakte.

Daarbij is op grond van artikel 6:10 BW ieder aansprakelijk voor het gedeelte van de schuld dat hem/haar in hun onderlinge verhouding aangaat. De hoogte van de bijdrageplicht hangt daarbij in de eerste plaats af van wat Wilma en Max zijn overeengekomen.  

Zij hebben geen afspraken gemaakt toen zij uit elkaar gingen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat ieder de helft moet betalen.

 

Redelijkheid en billijkheid

Volgens de wet wordt de rechtsverhouding van Wilma en Max  beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 3:166 lid 3 BW jo. artikel 6:2 BW). Wat redelijk en billijk is, hangt af van alle feiten en omstandigheden van het geval. De vraag is of de redelijkheid en billijkheid in dit geval meebrengen dat moet worden afgeweken van het uitgangspunt (ieder de helft)

Wilma heeft gezegd dat Max niet meewerkte aan verkoop en dat hij niet wilde meebetalen aan de maandlasten ook al had ze hem dat gevraagd.

Max heeft gezegd dat Wilma niet wilde meewerken aan manieren om de lasten naar beneden te krijgen, zoals verhuur.

De rechtbank vindt dat wat ieder heeft aangevoerd geen reden is om op grond van de redelijkheid en billijkheid af te wijken van het uitgangspunt “ieder de helft”

Dat Max nog had aangevoerd dat Wilma wist dat hij de lasten niet kon betalen maakt dit niet anders. Hij is zelf verantwoordelijk voor zijn deel van de kosten voor de gemeenschappelijke woning.

 

Conclusie: over de periode nadat de relatie was gestopt (1 juli 2017) tot de datum verkoop van de woning moeten Wilma en Max ieder de helft betalen van de kosten van de woning

 

 

Betalingen gedurende de samenleving van 2011 tot einde samenleving

Hiervan beweerde Max dat hij € 65.000,-- heeft voldaan. Wilma heeft gezegd dat dit vanaf een gemeenschappelijke rekening werd voldaan. Beiden legden geld in op deze rekening. Volgens Wilma heeft zij meer op de gezamenlijke rekening gestort dan Max. Max beweerd dat hij ook veel contante betalingen heeft gedaan.

 

Bijdrageplicht

Wilma en Max zijn op grond van artikel 6:10 BW verplicht om bij te dragen in het gedeelte van de schuld dat hen in hun onderlinge verhouding aangaat. De grootte van de bijdrageplicht is in de eerste plaats afhankelijk van wat zij hierover hebben afgesproken.

In dit geval, waarin aan de orde is de beëindiging van een relatie waarbij zij samenwoonden, waaruit kinderen zijn geboren, zij geen samenlevingsovereenkomst hebben gesloten en sprake is van een eenvoudige gemeenschap van woning, moet de vraag óf zij afspraken hebben gemaakt en de vraag welke inhoud die afspraken hebben, worden beantwoord aan de hand van de Haviltexmaatstaf. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en kan acht worden geslagen op het feitelijk handelen van partijen (Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9539).

Haviltexmaatstaf

In dit geval houdt dit in dat bij de beoordeling van het bestaan en de inhoud van een overeenkomst mede moet worden gekeken naar wat partijen over en weer hebben verklaard, wat zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden en wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

 

Wilma en Max hadden geen schriftelijke afspraken over hun onderlinge draagplicht betreffende de door hen gemaakte kosten tijdens de relatie.

Echter, ter zitting verklaarde Wilma over deze kosten dat ‘beide partijen meebetaalden aan de kosten van hun leven’ en zij ‘voor elkaar zorgden’. Max verklaarde ter zitting over deze kosten: ‘wat ik kon bijdragen heb ik bijgedragen en wat zij kon bijdragen heeft zij bijgedragen’. Niet gesteld of gebleken is dat partijen tijdens de relatie eventuele ongelijkheden in financiële inbreng onderling aan de orde hebben gesteld. Partijen hebben door middel van een gemeenschappelijke rekening, gedurende hun jarenlange relatie op deze manier invulling en uitvoering gegeven aan hun gezamenlijke financiën.

 

Rechtbank:

 “Onder deze omstandigheden moet van het bestaan van een (stilzwijgende) overeenkomst worden uitgegaan over de grote van de draagplicht van partijen voor de kosten gedurende de relatie. Deze overeenkomst hield in dat partijen gedurende de relatie financieel bijdroegen wat zij konden, waarna partijen elkaar ter zake niets meer verschuldigd waren. Uit de verklaringen van partijen over de invulling van hun financiële samenleving kan worden afgeleid dat dit ook is wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dit betekent dat partijen over en weer niets meer aan elkaar verschuldigd zijn, voor zover het kosten betreft die zijn gemaakt tijdens hun relatie”

Familierecht advocaat Groningen:

Dus op grond van de (stilzwijgende) financiële afspraken tussen Wilma en Max zijn zij over en weer niets meer aan elkaar verschuldigd betreffende kosten die zijn gemaakt tijdens hun relatie.

 

Gezamenlijke bankrekening:

Wilma had ook nog gevorderd dat Max de helft van het bedrag voor aanzuivering van het negatieve saldo van de gezamenlijke bankrekening aan haar moet betalen, dit is € 500,--. Max heeft hier geen verweer tegen gevoerd, daarom wijst de rechtbank dit toe.

 

Toe-eigening gemeenschappelijke goederen.

Wilma heeft gezegd dat Max goederen in gezamenlijk eigendom (uit het huishouden) had meegenomen/verkocht met een waarde van € 800,--, zij vordert hiervan de helft. Dit wordt door de rechter toegewezen omdat Max zijn ontkenning niet heeft onderbouwd met bewijs.

Max heeft een bedrag van € 5000,-- van Wilma gevorderd wegens toe-eigening van gemeenschappelijke goederen. Wilma heeft zich verweerd. Zij had rekeningen en betalingsbewijzen waaruit bleek dat de goederen haar eigendom waren en niet gemeenschappelijk. Max heeft hierop onvoldoende gereageerd en daarom heeft de rechter zijn vordering afgewezen.

 

FAMILIERECHT ADVOCAAT GRONINGEN: het is van belang om in dit soort zaken een goede advocaat in te schakelen, die ervoor zorgt dat hetgeen gesteld wordt ook goed onderbouwd wordt met bewijs. Ik heb jarenlange (15 + jaar) ervaring met deze zaken en kan u hierin deskundig adviseren en bijstaan.

 

Wilt u meer informatie dan kunt u op onderstaande termen doorklikken:

Werkwijze

Kantoor

Contact

Beëindiging samenleving

contact?

klikt u op dit nummer: 050-2115140