Alimentatie na 18 jaar is de wettelijke onderhoudsbijdrage die ouders betalen aan hun kind tot 21 jaar, zolang het kind niet financieel zelfstandig is. De hoogte wordt bepaald door de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders.
Wanneer je kind 18 jaar wordt, verandert er juridisch veel — ook rondom alimentatie.
In mijn praktijk als scheidingsmediator met een juridische achtergrond zie ik regelmatig dat ouders denken dat alimentatie stopt bij 18 jaar, terwijl de verplichting vaak doorloopt tot 21 jaar.
Ouders blijven ook na die leeftijd financieel verantwoordelijk voor hun kinderen, zolang zij nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
In dit artikel leg ik uit hoe het zit met alimentatie na 18 jaar, wat de regels in 2025 zijn, en hoe je als ouder samen kunt zorgen voor een eerlijke en stabiele financiële regeling; juist in de periode waarin je kind volwassen wordt, gaat studeren of op kamers gaat wonen.
Alimentatie na 18 jaar is de wettelijke onderhoudsbijdrage die ouders betalen aan hun kind tot de leeftijd van 21 jaar, zolang het kind nog niet financieel zelfstandig is.
Volgens artikel 1:395a van het Burgerlijk Wetboek ben je als ouder verplicht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van je kind tot zijn of haar 21e verjaardag.
Vanaf de 18e verjaardag is er juridisch geen sprake meer van kinderalimentatie, maar van een onderhoudsbijdrage voor een jongmeerderjarige, die rechtstreeks aan het kind toekomt.
Dat geldt ongeacht of je kind nog thuis woont of al uitwonend studeert.
Het idee hierachter is eenvoudig: tussen de 18e en 21e verjaardag bouwen jongeren hun zelfstandigheid op, maar zijn ze daar financieel nog niet toe in staat. Ouders blijven daarom verantwoordelijk om deze overgangsperiode te ondersteunen.
Tot de 18e verjaardag is er sprake van kinderalimentatie.
Dat is een bijdrage die ouders afspreken (of door de rechter laten vaststellen) voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind.
Vanaf de 18e verjaardag verandert de juridische basis.
Dan spreken we niet meer van kinderalimentatie, maar van een onderhoudsbijdrage voor een jongmeerderjarige.
Het belangrijkste verschil:
|
Kinderalimentatie (0–18 jaar) |
Bijdrage jongmeerderjarige (18–21 jaar) |
|
|
Wettelijke basis |
Art. 1:404 BW |
Art. 1:395a BW |
|
Doel |
Verzorging en opvoeding |
Levensonderhoud en studie |
|
Wie ontvangt de bijdrage? |
De verzorgende ouder |
Het kind zelf |
|
Wie kan de bijdrage vorderen? |
De ouder |
Het kind |
|
Eindigt automatisch bij |
18 jaar |
21 jaar of financiële zelfstandigheid |
De hoogte van de bijdrage hangt af van twee factoren:
De WSF-norm is een richtbedrag dat wordt gebruikt om de gemiddelde kosten van levensonderhoud en studie van een studerend kind te bepalen, zoals gehanteerd door DUO en de Trema-normen.
De behoefte is het bedrag dat nodig is voor het levensonderhoud en de studie van het kind.
In 2025 bepalen we die behoefte meestal aan de hand van:
Wanneer een kind thuis woont en bijvoorbeeld een MBO-opleiding volgt, ligt de behoefte vaak rond €550 per maand.
Een uitwonend HBO- of WO-student heeft al snel een totale behoefte van €1.000 tot €1.250 per maand.
Van deze bedragen worden de eigen inkomsten van het kind afgetrokken, zoals:
Een lening (zoals de DUO-lening of het collegegeldkrediet) telt niet als inkomsten, omdat dit terugbetaald moet worden.
Wat overblijft na aftrek van deze eigen middelen, is de resterende behoefte die door de ouders wordt gedragen.
De resterende behoefte van het kind wordt verdeeld over beide ouders naar rato van hun draagkracht.
De draagkracht wordt op dezelfde manier berekend als bij kinderalimentatie, volgens de Trema-normen 2025.
Belangrijk om te weten:
Vanaf de 18e verjaardag heeft het kind zelf recht op de bijdrage.
De betaling gaat dus rechtstreeks naar hem of haar, tenzij er goede afspraken worden gemaakt.
In veel gezinnen blijft het kind nog thuis wonen. In dat geval kun je samen afspreken dat de bijdrage (gedeeltelijk) via de ouder loopt die de dagelijkse kosten draagt.
Het belangrijkste is dat er duidelijkheid en transparantie is en dat de jongmeerderjarige weet wat er is afgesproken.
Als er eerder, toen het kind nog minderjarig was, een beschikking van de rechter is vastgesteld, blijft die beschikking automatisch doorlopen tot het kind 21 jaar is.
Vanaf de 18e verjaardag heeft het kind dan zelf recht op betaling van het geïndexeerde bedrag.
De alimentatie hoeft dus niet opnieuw te worden vastgesteld, tenzij de omstandigheden zijn veranderd; bijvoorbeeld omdat het kind is gaan studeren en hogere kosten heeft.
Is de alimentatie onderling afgesproken maar niet vastgelegd in een rechterlijke beschikking?
Dan geldt die afspraak alleen zolang beide ouders zich eraan houden.
Wil een jongmeerderjarige alsnog een officiële regeling, dan kan hij of zij via de rechter een bijdrage vorderen.
Zowel een ouder als een jongmeerderjarige kan om een wijziging vragen als er sprake is van gewijzigde omstandigheden.
Denk aan:
De rechter beoordeelt dan opnieuw de behoefte en de draagkracht.
Bij onvoldoende bewijs of onduidelijke kosten kan de rechter de vordering afwijzen — zorg dus dat alle posten goed zijn onderbouwd (denk aan huur, collegegeld, reiskosten, verzekeringen, etc.).
Studiekosten, kamerhuur en andere extra uitgaven
De studiekosten maken onderdeel uit van de totale behoefte van het kind.
Dat betekent dat collegegeld, boeken, laptop, abonnementen en kamerhuur meegenomen mogen worden in de behoeftebepaling.
De ouderlijke bijdrage is dus niet beperkt tot “zakgeld” of “eten en drinken”, maar omvat het bredere plaatje van studie én levensonderhoud.
Veel ouders kiezen er in overleg voor om dit praktisch te regelen, bijvoorbeeld:
Zolang het gezamenlijk overeenkomt met de totale redelijke behoefte, is dat toegestaan.
In 2025 geldt nog steeds:
Ook is er na de 18e verjaardag geen recht meer op kinderbijslag of kindgebonden budget.
Dat kan de financiële draagkracht van de verzorgende ouder beïnvloeden.
Stel: jullie dochter Lisa is 19 jaar en volgt een HBO-opleiding in Utrecht. Ze woont op kamers.
De maandelijkse kosten bedragen ongeveer €1.050 (volgens DUO-norm).
Lisa verdient met haar bijbaan €250 per maand en ontvangt €100 zorgtoeslag.
Haar resterende behoefte is dan €700 per maand.
Jij en je ex-partner dragen die samen, op basis van draagkracht — bijvoorbeeld 60/40.
Dat betekent:
Jullie spreken af dat de bijdrage rechtstreeks naar Lisa wordt overgemaakt, zodat zij haar kamerhuur en studie zelf kan betalen.
Alimentatie na 18 jaar is geen formaliteit.
Het is een manier om samen te zorgen dat je kind; juist in die kwetsbare fase tussen puber en volwassene; financiële rust en stabiliteit heeft.
Een duidelijke afspraak voorkomt misverstanden, spanningen en onnodige procedures.
En misschien nog belangrijker: het helpt jullie kind om zich gesteund te voelen door beide ouders, ook al wonen jullie niet meer samen.
Want ook na een scheiding blijft het doel hetzelfde:
Een scheidingsmediator met juridische achtergrond kan helpen om de hoogte van de bijdrage volgens de actuele Trema-normen 2025 te berekenen en om heldere afspraken te maken die aansluiten bij jullie situatie.
Zo weet je zeker dat alles goed geregeld is; voor nu én voor later.
Ik kan je helpen bij het scheidingsproces om ook jullie afspraken over je kind duidelijk en helder te formuleren aan de hand van berekening alimentatie na 18 jaar. Ik zorg ervoor dat het juridisch correcte wijze in het ouderschapsplan wordt opgenomen.
Met ruim 20 jaar ervaring in het familierecht begeleid ik ouders bij het maken van zorgvuldige en juridisch correcte afspraken, met oog voor de belangen van hun kinderen.
Meer weten? Bekijk mijn aanbod voor alimentatie na 18 jaar.Aanbod traject samen scheiden
Kort samengevat:
Alimentatie na 18 jaar stopt niet automatisch. Ouders blijven onderhoudsplichtig tot 21 jaar, waarbij de hoogte van de bijdrage wordt bepaald door de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders.
Rond de 18e verjaardag van je kind ontstaan vaak vragen over alimentatie.
Hieronder vind je de meest gestelde vragen van ouders uit Groningen die hun kind financieel willen blijven ondersteunen, maar wel duidelijkheid willen over wat redelijk is.
Rond die leeftijd verandert de juridische basis van de alimentatie. De bijdrage heet dan een “onderhoudsbijdrage voor een jongmeerderjarige”.
Je kunt in het ouderschapsplan vastleggen hoe die overgang verloopt — bijvoorbeeld dat de bijdrage na de 18e verjaardag rechtstreeks naar je kind wordt overgemaakt.
De behoefte hangt af van haar situatie.
Een uitwonende student heeft gemiddeld tussen €1.000 en €1.250 per maand nodig (bron: Nibud/Trema 2025).
Daar gaan eigen inkomsten (bijbaan, toeslagen) van af.
Wat overblijft, verdelen jullie naar rato van draagkracht.
Een scheidingmediator kan die berekening precies voor je maken.
Een kind van 18 jaar kan tijdelijk afzien van een bijdrage, maar doet daarmee niet definitief afstand van zijn of haar recht.
Als de situatie verandert (bijv. bij verlies van werk of studieopname), kan het kind alsnog een bijdrage vragen.
Het is verstandig om zo’n keuze schriftelijk vast te leggen als tijdelijke verklaring — niet als afstand van recht.
Vanaf de 18e verjaardag heeft het kind zelf recht op betaling.
In de praktijk is het prima mogelijk om af te spreken dat de bijdrage (deels) via de ouder loopt bij wie het kind woont, maar dat moet in overleg met het kind gebeuren.
Zonder instemming van het kind is een afspraak tussen ouders niet bindend.
Alleen als het inkomen structureel en toereikend is om deels in eigen onderhoud te voorzien.
Een bijbaan naast een studie verlaagt de behoefte meestal niet volledig.
De rechter kijkt naar het aantal uren, de duur van het werk en of het passend is naast de studie.
Een eenmalige of kleine bijverdienste telt dus niet zwaar mee.
Je kunt alvast vastleggen wat er gebeurt bij de 18e verjaardag:
– of de betaling dan rechtstreeks naar je kind gaat,
– of jullie de hoogte opnieuw bekijken,
– en hoe jullie elkaar informeren over veranderingen (studie, bijbaan, etc.).
Zo voorkom je onduidelijkheid achteraf.
De bijdrage wordt verdeeld naar rato van draagkracht.
Als jij minder verdient of meer lasten hebt, betaal je ook minder.
De berekening wordt gemaakt volgens de Trema-normen 2025.
Je kunt die samen met een scheidingsmediator laten berekenen voor een eerlijke verdeling.
Ja, de onderhoudsplicht geldt ook als je kind tijdelijk in het buitenland studeert, bijvoorbeeld aan de RUG-partneruniversiteit of via Erasmus.
De kosten zijn vaak zelfs hoger (huisvesting, verzekering, reis).
Zolang je kind nog niet financieel zelfstandig is, loopt de bijdrage gewoon door.
De bijdrage eindigt automatisch op de 21e verjaardag van je kind.
Maar ook eerder als hij of zij volledig financieel zelfstandig is (bijv. na afronding studie en vast werk).
Wil je tussentijds stoppen met betalen? Dan moet aantoonbaar zijn dat je kind geen behoefte meer heeft aan ondersteuning.
Nee. De bijdrage voor een jongmeerderjarige is niet aftrekbaar voor de betalende ouder en niet belast voor het kind.
Er zijn dus geen fiscale gevolgen meer — dat maakt de regeling gelukkig overzichtelijker dan vroeger.
Ja, huurtoeslag en zorgtoeslag worden gezien als eigen inkomsten van het kind.
Die verlagen de behoefte, omdat ze bijdragen aan de kosten van levensonderhoud.
De toeslagen komen dus vóórdat de ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld.